Category Archives: Nieuws horeca

Uw riolering is de laatste tijd wel erg vaak verstopt. De kosten hiervan lopen hoog op. Geen onbekend horeca-euvel. Moet u dit nu allemaal zelf betalen of kunt u iemand daarop aanspreken?

‘Wie zal dat betalen?’ bekende lied …

In de horeca komt het regelmatig voor dat de riolering stuk gaat of verstopt raakt. Wanneer de riolering moet worden aangepast, kan dit veel tijd en geld kosten. Moet u deze kosten zelf betalen of kunt u uw gemeente daarop aanspreken? Om deze vraag te beantwoorden, moet eerst duidelijk zijn wie de eigenaar van de riolering is.

Wie is de eigenaar?

U heeft vast wel eens van natrekking gehoord. Natrekking wil zeggen dat u eigenaar wordt van een goed doordat dit wordt nagetrokken door een ander goed waarvan u al eigenaar bent.

Een voorbeeld: u bouwt een huis op de grond van iemand anders. Dit huis wordt door de grond nagetrokken, waardoor de eigenaar van de grond ook eigenaar van ‘uw’ huis wordt. De eigenaar van de grond wordt dus eigenaar van het huis zonder dat hij hier iets voor betaald heeft. Alles wat op de grond is gebouwd, wordt nagetrokken door de grond. Dit is de zogenoemde ‘verticale natrekking’.

Hoe zit het onder de grond?

Hoe zit het nu met de riolering die onder iemands grond loopt? Op grond van het bovenstaande zou men zeggen dat de eigenaar van het huis en de grond, ook de eigenaar van de riolering is.

Maar is dat wel zo? Een riolering wordt immers aangesloten op de gemeentelijke riolering. En bovendien is de gemeente eigenaar van de riolering in de grond rondom uw horecazaak.

Wie is nu eigenaar van het hoofdrioleringsstelsel dat onder uw horecazaak ligt?

Het is belangrijk te weten wie nu eigenlijk eigenaar is van uw riolering, vooral voor het beheer en het onderhoud van het rioleringsstelsel. De eigenaar van de riolering moet immers zorg dragen voor het beheer en onderhoud hiervan.

Wat bepaalde de rechter?

De rechtbank in Den Haag (NJF 2009, 192) heeft zich onlangs over deze vraag uitgelaten. Het ging om het rioleringsstelsel dat was gelegen in de ondergrond van bedrijf Seegers. Het rioleringssysteem was aangesloten op het gemeentelijke rioleringssysteem waarvan de gemeente eigenaar is.

De rechter oordeelde dat een rioleringsstelsel een feitelijke en functionele eenheid vormt. Het riool onder Seegers kan worden aangemerkt als een bestanddeel van de gemeentelijke riolering. De riolering onder Seegers wordt dan ook nagetrokken door de gemeentelijke riolering. De gemeente is dus de eigenaar van het rioleringssysteem onder het pand van Seegers en dient dan ook voor de kosten op te draaien.

De verticale natrekking van de riolering door de grond van Seegers wordt hier dus doorbroken door deze zogenoemde ‘horizontale natrekking’.

Tip. Neem direct contact op met uw gemeente als er iets mis is met uw riolering.

Tip. Huurt u uw horecapand? Dan hoeft u in beginsel niet voor de kosten van het herstel van de riolering op te draaien. De verhuurder moet dan regelen dat de riolering gemaakt wordt. Behalve als u hierover andere afspraken in de huurovereenkomst heeft gemaakt. De verhuurder kan op zijn beurt de gemeente aanspreken.

Flexwerkers krijgen voor inkomensterugval door de coronacrisis nu ook hulp via de Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (TOFA). Wat is dat?

Voor wie bedoeld? De TOFA is bedoeld als vangnet voor flexwerkers (oproepkrachten, studenten, etc.) die vanwege de coronacrisis een forse terugval hebben in hun inkomen, geen aanspraak kunnen maken op een WW- of bijstandsuitkering of een andere socialezekerheidsregeling en een tegemoetkoming nodig hebben als bijdrage in de kosten van hun levensonderhoud.

 

‘UWV heeft met man en macht gewerkt om naast alle gewone werkzaamheden, de uitvoering van de NOW en de enorm stijgende aantallen WW-aanvragen ook de TOFA snel in te voeren. Ondanks de zeer korte voorbereidingstijd zijn we erin geslaagd de regeling op te tuigen en kunnen flexwerkers vanaf maandag hun aanvraag indienen’, zegt Guus van Weelden, lid Raad van Bestuur van UWV.

Voor wie is de regeling bedoeld?

De regeling is bedoeld voor flexwerkers die in februari meer dan 400 euro sv-loon (drempelbedrag) hadden en in april minimaal de helft daarvan verloren. Daarbij was het sv-loon in april niet meer dan € 550. Zij kunnen in aanmerking komen voor een vaststaand eenmalige bruto tegemoetkoming van 550 euro per maand voor de maanden maart, april en mei. De aanvrager mag in deze periode geen WW, bijstand, of andere socialezekerheidsregeling hebben ontvangen. Op www.uwv.nl/TOFA staat een volledig overzicht aan voorwaarden waaraan moet worden voldaan.

Geen maatwerk mogelijk

De regeling kan vanwege zijn eenvoud geen maatwerk bieden. Flexwerkers kunnen bij UWV de TOFA aanvragen om zo te voorzien in hun kosten voor levensonderhoud.

Maak gebruik van adviestool

UWV doet een dringend beroep aan mensen die de regeling willen aanvragen. Gebruik eerst de adviestool op www.uwv.nl/TOFA alvorens een aanvraag in te dienen. Dit voorkomt achteraf teleurstelling en zorgt ervoor dat UWV minder aanvragen hoeft af te wijzen. Dat kost namelijk veel tijd waardoor flexwerkers die wel in aanmerking komen voor de regeling langer moeten wachten op de betaling. UWV streeft ernaar om binnen 4 weken een beslissing te nemen over een aanvraag. Bij een positieve beslissing betaalt UWV vervolgens binnen 10 kalenderdagen. Meestal duurt het daarna nog 3 werkdagen voordat het bedrag op de rekening van de ontvanger staat.

Aanvragen kan tot en met 12 juli

UWV rekent op duizenden aanvragen per dag. Van Weelden: ‘We zijn daar op voorbereid, al sluit ik niet uit dat we nog tegen onvoorziene zaken en knelpunten aanlopen. Die proberen we dan vanzelfsprekend zo snel mogelijk op te lossen, maar we vragen om begrip daarvoor. Mochten er gelijktijdig te veel aanvragen worden ingediend, dan is er net als bij de NOW een wachtrijmechanisme ingebouwd, waarbij de wachttijd in beeld wordt gebracht en het advies gegeven kan worden het later nog eens te proberen. Sowieso is het natuurlijk prettig als de aanvragen een beetje gespreid binnenkomen’. Aanvragen kan tot en met 12 juli. De komende drie weken is hier dan ook volop de gelegenheid toe.

Bron: UWV

De KKC is een van de aanvullende maatregelen om ondernemers te ondersteunen vanwege de economische gevolgen van het coronavirus. Deze aanvullende maatregel is gericht op de vele kleine ondernemers. Kleine ondernemers hebben vaak moeilijk toegang tot financiële steun. Ze zijn van enorm belang voor hun lokale gemeenschap en vaak zwaar getroffen door de coronacrisis.

Wat houdt het overbruggingskrediet in?

De Nederlandse overheid gaat voor 95% garant staan voor € 750 miljoen aan overbruggingskredieten voor kleine ondernemingen met een relatief kleine financieringsbehoefte (van € 10.000 tot 50.000).

 Voorwaarden voor deze leningen?

De lening staat open voor ondernemers met een omzet vanaf € 50.000 die voor de coronacrisis voldoende winstgevend waren en die zijn ingeschreven in de KvK voor 1 januari 2019.

Onder de KKC-regeling kunnen ondernemers een lening aanvragen van minimaal € 10.000 tot maximaal € 50.000. De looptijd is maximaal 5 jaar, en de rente bedraagt maximaal 4%. Daarnaast betalen ondernemers aan de staat een eenmalige premie van 2% als vergoeding. Het feit dat de financiers nog steeds 5% van het risico dragen, zorgt voor een zorgvuldige risicobeoordeling, zodat de leningen worden verstrekt aan in de kern gezonde bedrijven met voldoende terugbetaalcapaciteit. Banken houden zich aan de Gedragscode Kleinzakelijke kredietverlening.

Voor welke ondernemers?

De KKC is gericht op kleine ondernemers: micro-, midden- en kleinbedrijf. Het gaat naar schatting om enkele tienduizenden ondernemingen in Nederland. Financiers maken relatief hoge kosten onder andere bij de beoordeling van kleine kredieten. Hierdoor komt dit type ondernemingen doorgaans moeilijk aan financiering. Daarbij komt nog dat het risico voor financiers dat een lening niet wordt terugbetaald door de coronacrisis relatief hoog is.

Waar kunnen ondernemers terecht?

In ieder geval de banken Rabobank, ABN AMRO, ING, de Volksbank en Triodos hebben toegezegd leningen via de regeling aan te bieden. Andere financiers die geaccrediteerd zijn voor de BMKB-C-financiers met een accreditatie, mogen de regeling ook aanbieden. Overige financiers kunnen zich bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) laten accrediteren als financier voor de KKC-regeling.

Wanneer een aanvraag?

Ondernemers kunnen vanaf 29 mei 2020 een aanvraag indienen voor het KKC bij hun financier. Leningen die sinds 7 mei 2020 zijn verstrekt en voldoen aan de voorwaarden van de regeling kunnen worden geherfinancierd tegen de voorwaarden van de KKC. De regeling is goedgekeurd door de Europese Commissie (EC).

 

Bron: Rijksoverheid.nl 

Heeft u ondernemersvragen over het coronavirus? Neem dan contact op met het KVK-coronaloket: www.kvk.nl/coronaloket. Staat uw vraag er niet tussen, bel dan naar het Kamer van Koophandel Adviesteam: 0800-2117.
Vanaf maandag 23 maart is dit nummer open volgens reguliere tijden van 8.30 tot 17.00 uur.

Waarom is de regeling Werktijdverkorting (wtv) gestopt als maatregel?

  • De uitbraak van het coronavirus heeft de afgelopen weken geleid tot een ongekend groot beroep op de regeling Werktijdverkorting voor werkgevers.
  • Deze regeling is niet toegesneden op de ingrijpende gevolgen van de uitbraak van het coronavirus voor Nederlandse bedrijven en organisaties. Daarom is de wtv ingetrokken.
  • Het kabinet wil graag meer werkgevers financieel tegemoetkomen en wil dit sneller doen dan binnen de ingetrokken wtv-regeling. Het kabinet doet dit via de nieuwe tegemoetkomingsregeling.

Kan ik nog Werktijdverkorting aanvragen?

Nee, dat is niet meer mogelijk.

Hoe lang blijft mijn lopende Werktijdverkorting van kracht? En als ik moet verlengen, hoe werkt dat dan als er ondertussen een andere regeling is?

Als u al een toekenning heeft gekregen voor werktijdverkorting, dan blijft deze vergunning van kracht. Als u gebruik maakt van de vergunning voor werktijdverkorting en na afloop daarvan verlenging wilt, moet u gebruik maken van de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging ten behoeve van behoud van Werkgelegenheid (NOW).

Ik heb werktijdverkorting aangevraagd onder de oude regeling (wtv) via de website die daarvoor was en bericht ontvangen dat mijn aanvraag niet compleet was en nog niet in behandeling genomen kon worden. Wat moet ik doen?

U heeft eerder wtv aangevraagd. Ondertussen is de wtv ingetrokken en vervangen door de nieuwe Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW). Zodoende heeft u bericht ontvangen dat uw aanvraag niet compleet was en is u gevraagd ‘aanvullende informatie’ te geven. Het is belangrijk dat u een complete aanvraag indient. Dat kan sinds 6 april bij UWV. De complete NOW-aanvraag dient u in via Uwv.nl/now. In de eerdere correspondentie over ‘incomplete aanvraag’ werd u gevraagd ‘aanvullende informatie’ in te dienen. Dat doet u dus door het aanvraagformulier Tegemoetkoming NOW in te vullen op uwv.nl/now.

Meer vragen en antwoorden over de NOW-noodmaatregel

Bekijk ook:  Vragen over de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud.

Bron: Rijksoverheid

                                                                 Inleiding financiering

Bij het starten van een bedrijf komt heel wat kijken. Een van de eerste dingen die goed geregeld moet worden is natuurlijk de financiering. Maar om een financiering rond te krijgen moet een startende ondernemer eerst een rechtsvorm kiezen. De rechtsvorm bepaalt namelijk onder andere de aansprakelijkheid voor schulden van het bedrijf en de belastingverplichtingen.

Rechtsvormen

Er zijn rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid en rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid. Op de website van de Kamer van Koophandel is meer informatie te vinden over de verschillende rechtsvormen:

  • Eenmanszaak;
  • Vennootschap onder firma (vof);
  • Maatschap;
  • Commanditaire vennootschap (cv);
  • Besloten vennootschap (bv);
  • Naamloze vennootschap (nv);
  • Vereniging;
  • Stichting;
  • Coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij.

Een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) of freelancer is geen rechtsvorm. Ook een zzp’er of freelancer moet een rechtsvorm kiezen.

Voor wat betreft de financiering spelen een aantal belangrijke factoren een rol:

  • Het aantal deelnemers of medeondernemers: een of meerdere;
  • De dekking: de zekerheden die een financier verlangt voor de uitstaande gelden;
  • Belastingtarieven;
  • Aftrekposten (fiscale voordelen, vooral voor starters);
  • Financieringsbehoefte en financieringsmogelijkheden.

De factoren verschillen sterk per rechtsvorm, het is daarom zaak dat een (startende) ondernemer daarvan de gevolgen op tijd overziet.

Hoe komt een ondernemer aan geld?

Zoals al genoemd is een van de eerste vragen die naar boven komt bij het starten van een eigen bedrijf: hoe kom ik aan geld? Ondernemen is immers investeren en dat kan niet zonder geld. En natuurlijk hebben niet alle (startende) ondernemers een eigen (start)kapitaal bij elkaar gespaard. Voor de hand ligt om een lening bij de bank te vragen. Maar er zijn nog veel meer mogelijkheden.

 Geld lenen

Een (startende) ondernemer kan natuurlijk naar een bank gaan en een krediet aanvragen. Banken bieden immers kredieten aan voor startende ondernemers. Banken kunnen ondernemers geld lenen door bijvoorbeeld een hypotheek op zijn huis af te sluiten.

Een goede voorbereiding is het halve werk. Ook moet een ondernemer stil staan bij de risico’s van het ondernemerschap. Een voor de hand liggend risico is dat de ondernemer het geleende geld niet, of niet op tijd kan aflossen.

Een bank zal proberen dit risico zo beperkt mogelijk te houden. Als een ondernemer bijvoorbeeld beschikt over een negatieve BKR-registratie, dan zullen banken in de meeste gevallen geen krediet verstrekken.

Om inzicht te krijgen in mogelijke risico’s, is een goed onderbouwd ondernemingsplan een vereiste als iemand als starter bij een bank aanklopt. Als iemand al enkele jaren ondernemer is, dan is de kans op krediet groter, aangezien de ondernemer kan bewijzen dat hij een trackrecord heeft.

Lenen bij de bank kan in het kort gezegd op twee verschillende manieren:

 

  1. Rekening-courantkrediet:Het krediet op rekening-courant is vooral bedoeld voor kortlopende financieringsbehoeften. Bij een rekening-courantkrediet verleent een geldverstrekker toestemming om tot een bepaald bedrag ‘rood’ te staan op een betaalrekening. Dit is een relatief dure manier om in een financieringsbehoefte te voorzien, omdat banken hoge rentepercentages rekenen.

 

  1. Middellang krediet (Financial Lease):voor de financiering van vaste activa. Denk hierbij aan een bedrijfswagen, machine of andere direct aanwijsbare objecten. De looptijd is afhankelijk van het object. Het aflossingsbedrag blijft over de gehele periode hetzelfde.


Risicokapitaal

Maar soms is een lening bij de bank niet mogelijk. Dan is er de mogelijkheid van een risicokapitaal. Een risicokapitaal wil zeggen dat investeerders geld stoppen in het bedrijf in ruil voor aandelen en zeggenschap. Dit gebeurt bijvoorbeeld regelmatig bij jonge, technologische bedrijven.

 

Andere manieren

En dan is er nog bijvoorbeeld leasen, factoring en leverancierskrediet.

Bij leasing bijvoorbeeld koopt de leasemaatschappij het gewenste bedrijfsmiddel voor de ondernemer en de ondernemer betaalt hiervoor een vergoeding in termijnen. Leasing komt veel voor bij onder meer auto’s en kopieerapparaten.

Factoring is een vorm van debiteurenfinanciering waarbij de debiteurenportefeuille wordt uitbesteed aan een extern bedrijf dat zorgt voor de afhandeling van de debiteuren.

Een ondernemer kan natuurlijk ook met de leverancier afspraken maken over betaling van spullen die zij leveren (leverancierskrediet).

 

Microfinanciering

Voor (startende) ondernemers die krediet en begeleiding nodig hebben is er ook nog de mogelijkheid van microfinanciering. Bij microfinanciering krijgt een ondernemer niet alleen een krediet, maar ook begeleiding, coaching en advies. Hiervoor kan hij bij verschillende lokale steunpunten terecht. Een (startende) ondernemer kan maximaal € 35.000 krediet krijgen. Het krediet wordt verstrekt door Qredits, Stichting Microkrediet Nederland.

Er zijn wel voorwaarden verbonden aan het ontvangen van een microfinanciering. Zo moet een ondernemer een haalbaar ondernemingsplan hebben en over aantoonbare ondernemerskwaliteiten beschikken.

 

Download hier een gratis speciaal voor de horeca een horecaondernemersplan 

Het financieel plan

Als een ondernemer een lening bij een bank aan wil vragen, moet hij natuurlijk vooraf goed kunnen inschatten of het bedrijf winst gaat maken. De ondernemer wil duidelijkheid, ook voor de bank. En uiteraard wil de bank dat ook. Dat vraagt om een gedegen financieel plan.

 

Een goed financieel plan bestaat uit 5 begrotingen, waarin de ondernemer op een rij zet wat hij minimaal nodig heeft om te kunnen starten. De ondernemer moet vragen kunnen beantwoorden als:

  • Welke investeringen ga ik doen?
  • Hoe ga ik die financieren?
  • Welke omzet denk ik te maken?
  • Maakt het bedrijf dan winst of verlies?
  • Staat er iedere maand voldoende geld op de bank?

De 5 begrotingen van het financieel plan zijn:

  1. Investeringsbegroting
  2. Financieringsbegroting
  3. Exploitatiebegroting
  4. Liquiditeitsbegroting
  5. Begroting privé-uitgaven

 

1- Investeringsbegroting

Om een bedrijf te kunnen starten zijn sommige investeringen noodzakelijk. Andere investeringen kunnen misschien beter nog even wachten. In een investeringsbegroting zet een ondernemer op een rij wat hij minimaal nodig heeft om te kunnen starten.

In ieder geval moet een investeringsbegroting onderverdeeld zijn in vaste activa en vlottende activa.

 

Vaste activa

Vaste activa zijn bedrijfsmiddelen die langer dan een jaar in een bedrijf aanwezig zijn. Dat kan bijvoorbeeld een computer zijn, de inventaris, een bedrijfsauto, een waarborgsom of zelfs goodwill.

 

Vlottende activa

Vlottende activa zijn bedrijfsmiddelen die korter dan een jaar in een bedrijf aanwezig zijn. Dat kunnen bijvoorbeeld voorraden zijn, vorderingen en aanloop- en openingskosten.

Aanloop- en openingskosten zijn kosten die een ondernemer maakt voordat hij omzet maakt, zoals notariskosten, de inschrijving bij de Kamer van Koophandel, maar ook levensonderhoud in de eerste periode na de start, en bijvoorbeeld visitekaartjes en briefpapier.

 

Let op!

Onderbouw de bedragen met offertes. Vraag offertes op bij meerdere leveranciers om zo tot een juiste keuze te komen. En houd rekening met onvoorziene kosten.

 

 

2 – Financieringsbegroting

In een financieringsbegroting staat hoe de ondernemer de benodigde investeringen gaat financieren. Dit kan met eigen vermogen of met vreemd vermogen.

 

Eigen vermogen

Het eigen vermogen is dat deel van de investeringen dat een ondernemer zelf financiert. Dit kan geld zijn dat een ondernemer zelf beschikbaar heeft zoals spaargeld. Maar ook bedrijfsmiddelen die al zijn aangeschaft (bijvoorbeeld een auto of een computer die hij al bezit). Bij een financieringsaanvraag tellen zogenaamde ‘achtergestelde’ leningen of durfkapitaal, bijvoorbeeld van familie, mee als vermogen.

 

Vreemd vermogen

Vreemd vermogen is geld dat zakelijke financiers (bijvoorbeeld banken en leveranciers) aan de ondernemer willen lenen. Er is onderscheid tussen schulden op de korte termijn (zoals rekening-courantkrediet, leverancierskrediet, te betalen belastingen) en schulden op de lange termijn (zoals een hypotheek of langlopende lening voor de inventaris).

 

 

3- Exploitatiebegroting

Met een exploitatiebegroting bepaalt een ondernemer of hij winst of verlies maakt. In een exploitatiebegroting moet de ondernemer namelijk de verwachte omzet en kosten onder elkaar zetten.

 

Wat heeft een ondernemer aan een exploitatiebegroting?

Een exploitatiebegroting is dus ook een belangrijk onderdeel van een financieel plan. Duidelijk wordt welke omzet de ondernemer minimaal moet halen om de kosten te dekken en om dus winst te maken.

 

Voorbeeld

Als een ondernemer een bedrijfspand huurt, dan maakt hij kosten. Zoals de maandelijkse huur, servicekosten en misschien kleine investeringen. Dit zijn kosten die allemaal terugkomen in de exploitatiebegroting.

 

In 5 stappen naar een exploitatiebegroting

  1. De ondernemer bepaalt de te verwachte omzet;
  2. De ondernemer bepaalt de inkoopkosten en trek deze van de omzet af. Zo wordt de brutowinst bepaald;
  3. Vervolgens moeten alle kosten bij elkaar op worden geteld, zoals verzekerings-, personeels- en telefoonkosten. Ook de waardevermindering van de bedrijfsmiddelen (afschrijving) mag een ondernemer hier als kosten opvoeren. Vervolgens moeten deze bedragen van de brutowinst af worden getrokken;
  4. Dit bedrag moet de ondernemer vervolgens verminderen met de belastingen die nog betaald moeten worden (bijvoorbeeld inkomstenbelasting bij een eenmanszaak en vof);
  5. Tenslotte kan een ondernemer het bedrag bepalen dat hij overhoudt.

 

 

Let op!

Vermeld bedragen exclusief btw (op een liquiditeitsbegroting zijn bedragen juist inclusief btw). Houd er rekening mee dat personeelskosten ongeveer 30% hoger zijn dan het brutoloon (door bijvoorbeeld pensioen- en verzekeringskosten). Houd rekening met afschrijvingen.

 

 

4- Liquiditeitsbegroting

Ook een liquiditeitsbegroting is een onderdeel van het totale financiële plan. De ondernemer kan op een liquiditeitsbegroting zien hoeveel geld hij maandelijks ontvangt en uitgeeft. Ook is te zien of het bedrijf in bepaalde maanden extra geld nodig heeft en wanneer het slim is om een investering te doen, bijvoorbeeld om een nieuwe computer kopen.

 

Voorbeeld

Een mooi voorbeeld is bijvoorbeeld als u personeel in dienst heeft. In mei moet elke ondernemer immers vakantiegeld uitkeren. Hiervoor moet uiteraard wel genoeg geld worden gereserveerd, ook om er tegelijkertijd voor te zorgen dat ook andere verplichte uitgaven kunnen worden gedaan.

 

In 4 stappen naar een liquiditeitsbegroting

  1. Bepaal het beginsaldo per 1 januari;
  2. Zet op een rij welke inkomsten en uitgaven in elke maand worden verwacht;
  3. Stel vast of er in een bepaalde maand een overschot of tekort is;
  4. Pas daarna de begroting aan om tekorten weg te werken.

 

Let op!

Houd rekening met betaaltermijnen van klanten die op rekening betalen. Gemiddeld duurt het 45 dagen voordat iemand zijn rekening betaalt. Sommige betalingen zijn periodiek en kunnen niet uitgesteld worden. Bijvoorbeeld belastingen, huur, telefoonkosten en lonen. Zorg dat de bedragen inclusief btw zijn (op uw exploitatiebegroting zijn bedragen juist exclusief btw).

 

 

5 – Begroting privé-uitgaven

Bereken voor de start van het bedrijf eerst uw privé- uitgaven. Zo weet u welk privé-inkomen u minimaal nodig heeft uit uw eigen bedrijf.

 

Let op!

Houd uw zakelijke betalingsverkeer gescheiden van uw privé-inkomsten en -uitgaven door het openen van een aparte rekening.

 

Subsidies

Tot slot nog dit. Ook de overheid kan op verschillende manieren helpen met je financiën. Zoals met subsidies bijvoorbeeld.

Er zijn ruim 300 soorten subsidies die speciaal op ondernemers gericht zijn. Dit kunnen provinciale, nationale of Europese subsidies zijn.

Over het algemeen komt een ondernemer in aanmerking voor subsidie als hij zich op de volgende activiteiten:

  • Ontwikkelen van nieuwe producten
  • Verminderen van uitstoot van schadelijke stoffen
  • Investeringen in energiebesparing
  • Samenwerken met bedrijven in minder ontwikkelde landen