Category Archives: Nieuws horeca

                                                                 Inleiding financiering

Bij het starten van een bedrijf komt heel wat kijken. Een van de eerste dingen die goed geregeld moet worden is natuurlijk de financiering. Maar om een financiering rond te krijgen moet een startende ondernemer eerst een rechtsvorm kiezen. De rechtsvorm bepaalt namelijk onder andere de aansprakelijkheid voor schulden van het bedrijf en de belastingverplichtingen.

Rechtsvormen

Er zijn rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid en rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid. Op de website van de Kamer van Koophandel is meer informatie te vinden over de verschillende rechtsvormen:

  • Eenmanszaak;
  • Vennootschap onder firma (vof);
  • Maatschap;
  • Commanditaire vennootschap (cv);
  • Besloten vennootschap (bv);
  • Naamloze vennootschap (nv);
  • Vereniging;
  • Stichting;
  • Coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij.

Een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) of freelancer is geen rechtsvorm. Ook een zzp’er of freelancer moet een rechtsvorm kiezen.

Voor wat betreft de financiering spelen een aantal belangrijke factoren een rol:

  • Het aantal deelnemers of medeondernemers: een of meerdere;
  • De dekking: de zekerheden die een financier verlangt voor de uitstaande gelden;
  • Belastingtarieven;
  • Aftrekposten (fiscale voordelen, vooral voor starters);
  • Financieringsbehoefte en financieringsmogelijkheden.

De factoren verschillen sterk per rechtsvorm, het is daarom zaak dat een (startende) ondernemer daarvan de gevolgen op tijd overziet.

Hoe komt een ondernemer aan geld?

Zoals al genoemd is een van de eerste vragen die naar boven komt bij het starten van een eigen bedrijf: hoe kom ik aan geld? Ondernemen is immers investeren en dat kan niet zonder geld. En natuurlijk hebben niet alle (startende) ondernemers een eigen (start)kapitaal bij elkaar gespaard. Voor de hand ligt om een lening bij de bank te vragen. Maar er zijn nog veel meer mogelijkheden.

 Geld lenen

Een (startende) ondernemer kan natuurlijk naar een bank gaan en een krediet aanvragen. Banken bieden immers kredieten aan voor startende ondernemers. Banken kunnen ondernemers geld lenen door bijvoorbeeld een hypotheek op zijn huis af te sluiten.

Een goede voorbereiding is het halve werk. Ook moet een ondernemer stil staan bij de risico’s van het ondernemerschap. Een voor de hand liggend risico is dat de ondernemer het geleende geld niet, of niet op tijd kan aflossen.

Een bank zal proberen dit risico zo beperkt mogelijk te houden. Als een ondernemer bijvoorbeeld beschikt over een negatieve BKR-registratie, dan zullen banken in de meeste gevallen geen krediet verstrekken.

Om inzicht te krijgen in mogelijke risico’s, is een goed onderbouwd ondernemingsplan een vereiste als iemand als starter bij een bank aanklopt. Als iemand al enkele jaren ondernemer is, dan is de kans op krediet groter, aangezien de ondernemer kan bewijzen dat hij een trackrecord heeft.

Lenen bij de bank kan in het kort gezegd op twee verschillende manieren:

 

  1. Rekening-courantkrediet:Het krediet op rekening-courant is vooral bedoeld voor kortlopende financieringsbehoeften. Bij een rekening-courantkrediet verleent een geldverstrekker toestemming om tot een bepaald bedrag ‘rood’ te staan op een betaalrekening. Dit is een relatief dure manier om in een financieringsbehoefte te voorzien, omdat banken hoge rentepercentages rekenen.

 

  1. Middellang krediet (Financial Lease):voor de financiering van vaste activa. Denk hierbij aan een bedrijfswagen, machine of andere direct aanwijsbare objecten. De looptijd is afhankelijk van het object. Het aflossingsbedrag blijft over de gehele periode hetzelfde.


Risicokapitaal

Maar soms is een lening bij de bank niet mogelijk. Dan is er de mogelijkheid van een risicokapitaal. Een risicokapitaal wil zeggen dat investeerders geld stoppen in het bedrijf in ruil voor aandelen en zeggenschap. Dit gebeurt bijvoorbeeld regelmatig bij jonge, technologische bedrijven.

 

Andere manieren

En dan is er nog bijvoorbeeld leasen, factoring en leverancierskrediet.

Bij leasing bijvoorbeeld koopt de leasemaatschappij het gewenste bedrijfsmiddel voor de ondernemer en de ondernemer betaalt hiervoor een vergoeding in termijnen. Leasing komt veel voor bij onder meer auto’s en kopieerapparaten.

Factoring is een vorm van debiteurenfinanciering waarbij de debiteurenportefeuille wordt uitbesteed aan een extern bedrijf dat zorgt voor de afhandeling van de debiteuren.

Een ondernemer kan natuurlijk ook met de leverancier afspraken maken over betaling van spullen die zij leveren (leverancierskrediet).

 

Microfinanciering

Voor (startende) ondernemers die krediet en begeleiding nodig hebben is er ook nog de mogelijkheid van microfinanciering. Bij microfinanciering krijgt een ondernemer niet alleen een krediet, maar ook begeleiding, coaching en advies. Hiervoor kan hij bij verschillende lokale steunpunten terecht. Een (startende) ondernemer kan maximaal € 35.000 krediet krijgen. Het krediet wordt verstrekt door Qredits, Stichting Microkrediet Nederland.

Er zijn wel voorwaarden verbonden aan het ontvangen van een microfinanciering. Zo moet een ondernemer een haalbaar ondernemingsplan hebben en over aantoonbare ondernemerskwaliteiten beschikken.

 

Download hier een gratis speciaal voor de horeca een horecaondernemersplan 

Het financieel plan

Als een ondernemer een lening bij een bank aan wil vragen, moet hij natuurlijk vooraf goed kunnen inschatten of het bedrijf winst gaat maken. De ondernemer wil duidelijkheid, ook voor de bank. En uiteraard wil de bank dat ook. Dat vraagt om een gedegen financieel plan.

 

Een goed financieel plan bestaat uit 5 begrotingen, waarin de ondernemer op een rij zet wat hij minimaal nodig heeft om te kunnen starten. De ondernemer moet vragen kunnen beantwoorden als:

  • Welke investeringen ga ik doen?
  • Hoe ga ik die financieren?
  • Welke omzet denk ik te maken?
  • Maakt het bedrijf dan winst of verlies?
  • Staat er iedere maand voldoende geld op de bank?

De 5 begrotingen van het financieel plan zijn:

  1. Investeringsbegroting
  2. Financieringsbegroting
  3. Exploitatiebegroting
  4. Liquiditeitsbegroting
  5. Begroting privé-uitgaven

 

1- Investeringsbegroting

Om een bedrijf te kunnen starten zijn sommige investeringen noodzakelijk. Andere investeringen kunnen misschien beter nog even wachten. In een investeringsbegroting zet een ondernemer op een rij wat hij minimaal nodig heeft om te kunnen starten.

In ieder geval moet een investeringsbegroting onderverdeeld zijn in vaste activa en vlottende activa.

 

Vaste activa

Vaste activa zijn bedrijfsmiddelen die langer dan een jaar in een bedrijf aanwezig zijn. Dat kan bijvoorbeeld een computer zijn, de inventaris, een bedrijfsauto, een waarborgsom of zelfs goodwill.

 

Vlottende activa

Vlottende activa zijn bedrijfsmiddelen die korter dan een jaar in een bedrijf aanwezig zijn. Dat kunnen bijvoorbeeld voorraden zijn, vorderingen en aanloop- en openingskosten.

Aanloop- en openingskosten zijn kosten die een ondernemer maakt voordat hij omzet maakt, zoals notariskosten, de inschrijving bij de Kamer van Koophandel, maar ook levensonderhoud in de eerste periode na de start, en bijvoorbeeld visitekaartjes en briefpapier.

 

Let op!

Onderbouw de bedragen met offertes. Vraag offertes op bij meerdere leveranciers om zo tot een juiste keuze te komen. En houd rekening met onvoorziene kosten.

 

 

2 – Financieringsbegroting

In een financieringsbegroting staat hoe de ondernemer de benodigde investeringen gaat financieren. Dit kan met eigen vermogen of met vreemd vermogen.

 

Eigen vermogen

Het eigen vermogen is dat deel van de investeringen dat een ondernemer zelf financiert. Dit kan geld zijn dat een ondernemer zelf beschikbaar heeft zoals spaargeld. Maar ook bedrijfsmiddelen die al zijn aangeschaft (bijvoorbeeld een auto of een computer die hij al bezit). Bij een financieringsaanvraag tellen zogenaamde ‘achtergestelde’ leningen of durfkapitaal, bijvoorbeeld van familie, mee als vermogen.

 

Vreemd vermogen

Vreemd vermogen is geld dat zakelijke financiers (bijvoorbeeld banken en leveranciers) aan de ondernemer willen lenen. Er is onderscheid tussen schulden op de korte termijn (zoals rekening-courantkrediet, leverancierskrediet, te betalen belastingen) en schulden op de lange termijn (zoals een hypotheek of langlopende lening voor de inventaris).

 

 

3- Exploitatiebegroting

Met een exploitatiebegroting bepaalt een ondernemer of hij winst of verlies maakt. In een exploitatiebegroting moet de ondernemer namelijk de verwachte omzet en kosten onder elkaar zetten.

 

Wat heeft een ondernemer aan een exploitatiebegroting?

Een exploitatiebegroting is dus ook een belangrijk onderdeel van een financieel plan. Duidelijk wordt welke omzet de ondernemer minimaal moet halen om de kosten te dekken en om dus winst te maken.

 

Voorbeeld

Als een ondernemer een bedrijfspand huurt, dan maakt hij kosten. Zoals de maandelijkse huur, servicekosten en misschien kleine investeringen. Dit zijn kosten die allemaal terugkomen in de exploitatiebegroting.

 

In 5 stappen naar een exploitatiebegroting

  1. De ondernemer bepaalt de te verwachte omzet;
  2. De ondernemer bepaalt de inkoopkosten en trek deze van de omzet af. Zo wordt de brutowinst bepaald;
  3. Vervolgens moeten alle kosten bij elkaar op worden geteld, zoals verzekerings-, personeels- en telefoonkosten. Ook de waardevermindering van de bedrijfsmiddelen (afschrijving) mag een ondernemer hier als kosten opvoeren. Vervolgens moeten deze bedragen van de brutowinst af worden getrokken;
  4. Dit bedrag moet de ondernemer vervolgens verminderen met de belastingen die nog betaald moeten worden (bijvoorbeeld inkomstenbelasting bij een eenmanszaak en vof);
  5. Tenslotte kan een ondernemer het bedrag bepalen dat hij overhoudt.

 

 

Let op!

Vermeld bedragen exclusief btw (op een liquiditeitsbegroting zijn bedragen juist inclusief btw). Houd er rekening mee dat personeelskosten ongeveer 30% hoger zijn dan het brutoloon (door bijvoorbeeld pensioen- en verzekeringskosten). Houd rekening met afschrijvingen.

 

 

4- Liquiditeitsbegroting

Ook een liquiditeitsbegroting is een onderdeel van het totale financiële plan. De ondernemer kan op een liquiditeitsbegroting zien hoeveel geld hij maandelijks ontvangt en uitgeeft. Ook is te zien of het bedrijf in bepaalde maanden extra geld nodig heeft en wanneer het slim is om een investering te doen, bijvoorbeeld om een nieuwe computer kopen.

 

Voorbeeld

Een mooi voorbeeld is bijvoorbeeld als u personeel in dienst heeft. In mei moet elke ondernemer immers vakantiegeld uitkeren. Hiervoor moet uiteraard wel genoeg geld worden gereserveerd, ook om er tegelijkertijd voor te zorgen dat ook andere verplichte uitgaven kunnen worden gedaan.

 

In 4 stappen naar een liquiditeitsbegroting

  1. Bepaal het beginsaldo per 1 januari;
  2. Zet op een rij welke inkomsten en uitgaven in elke maand worden verwacht;
  3. Stel vast of er in een bepaalde maand een overschot of tekort is;
  4. Pas daarna de begroting aan om tekorten weg te werken.

 

Let op!

Houd rekening met betaaltermijnen van klanten die op rekening betalen. Gemiddeld duurt het 45 dagen voordat iemand zijn rekening betaalt. Sommige betalingen zijn periodiek en kunnen niet uitgesteld worden. Bijvoorbeeld belastingen, huur, telefoonkosten en lonen. Zorg dat de bedragen inclusief btw zijn (op uw exploitatiebegroting zijn bedragen juist exclusief btw).

 

 

5 – Begroting privé-uitgaven

Bereken voor de start van het bedrijf eerst uw privé- uitgaven. Zo weet u welk privé-inkomen u minimaal nodig heeft uit uw eigen bedrijf.

 

Let op!

Houd uw zakelijke betalingsverkeer gescheiden van uw privé-inkomsten en -uitgaven door het openen van een aparte rekening.

 

Subsidies

Tot slot nog dit. Ook de overheid kan op verschillende manieren helpen met je financiën. Zoals met subsidies bijvoorbeeld.

Er zijn ruim 300 soorten subsidies die speciaal op ondernemers gericht zijn. Dit kunnen provinciale, nationale of Europese subsidies zijn.

Over het algemeen komt een ondernemer in aanmerking voor subsidie als hij zich op de volgende activiteiten:

  • Ontwikkelen van nieuwe producten
  • Verminderen van uitstoot van schadelijke stoffen
  • Investeringen in energiebesparing
  • Samenwerken met bedrijven in minder ontwikkelde landen
Gepubliceerd op oktober 24, 2019 in Nieuws horeca

Overzicht

Prijs
€0
Oppervlakte
323 m²
Type
Te Koop
Object Type
Horecabedrijf
Locatie
Hovenierskade 1
QR Code

Object Omschrijving

Het Wapen van Gouda bestaat uit een eetcafégedeelte en een cafetaria (afhaal) gedeelte.

Beide zijn compleet ingericht en  het eetcafé bestaat uit een grote zitruimte en een gezellige bar. Achterin het pand ligt de centrale keuken / cafetaria. De cafetaria heeft en aparte ingang.

Aan de voorzijde en de zijkant van het pand ligt het ruime terras wat gebruikt wordt door de gasten van het eetcafé en de cafetaria.

Wapen van Gouda is maandag en dinsdag gesloten.

Over buurt Ouwe Gouwe

Ouwe Gouwe heeft een totale oppervlakte van 76 hectare, waarvan 74 land en 2 water (100 hectare is 1 km2). De gemiddelde dichtheid van adressen is 3.258 adressen per km2. Er wonen 2.470 huishoudens in buurt Ouwe Gouwe. Buurt Ouwe Gouwe ligt binnen Wijk Noord in de gemeente Gouda.

Het aantal inwoners in buurt Ouwe Gouwe is met 144 inwoners toegenomen (afgerond is dat 2%): van 5.046 in 2013 tot 5.190 in 2018. Het aantal inwoners is het aantal personen zoals op 1 januari in het bevolkingsregister vastgelegd

Locatie

  • Adres : Hovenierskade
  • Huisnummer : 1
  • Postcode : 2805 PK
  • Plaatsnaam : Gouda
  • Google Map

Zitplaatsen

  • Terras aanwezig? : Nee

Woning

  • Woning aanwezig? : Nee

Parkeren

  • Parkeergelegenheid : Onbetaald

Openingstijden

  • Openingstijden :

    Maandag en dinsdag gesloten. overige dagen van 12.00 uur tot ca. 20.30 uur geopend.

Verplichtingen

  • Leveranciers : Nee
  • Speelautomaten : Ja

Map

Horecamakelaar

Loek Borsje
Loek Borsje
Zie horecaobjecten

Contact

Mijn adviseur regelt het wel!

U heeft een accountant en/of belastingadviseur in de arm genomen voor uw boekhouding, jaarstukken en belastingaangiften. Kortom, ú heeft er geen omkijken meer naar. Of toch wel? Wat is handig en verstandig?

De stukken die uw (horeca)adviseur opstelt, worden u ter goedkeuring aangeboden. Vaak be­spreekt uw adviseur de stukken met u, zodat u in­zicht heeft in wat er is gebeurd. Vervolgens tekent u na goedkeuring de aangifte en veelal ook de als bij­lage bij de aangifte gevoegde balans en winst- en ver­liesrekening. Het geheel wordt naar de Be­las­ting­dienst gezonden en daarmee is de jaarlijkse plicht weer ge­daan. Het kan maar gebeurd zijn …

Boete.Als vervolgens blijkt dat de aangifte niet juist was en de fiscus wil een correctie daarop plegen en zelfs een boete opleggen voor het onjuist indienen van de aangifte, beroept u zich op het feit dat u gebruik heeft gemaakt van een adviseur. U heeft immers toch geen verstand van belastingzaken? Nee, de fis­cus moet maar bij de adviseur aankloppen.

U bent belastingplichtig horecaondernemer en daarmee ver­antwoor­de­lijk en aansprakelijk voor belasting­schul­den en daarbij opgelegde boeten. U heeft bo­vendien zelf de aangifte getekend. De rechter heeft ver­schillende ma­len beslist dat niet uw adviseur maar uzelf aan­gesproken kunt worden door de fiscus.

Rechter. Rest u niets anders dan uw adviseur bij de rechter aan­sprakelijk te stellen voor de geleden schade. Wilt u uw adviseur iets kunnen verwijten, zal er spra­ke moeten zijn van nalatigheid of wanprestatie van uw adviseur. Indien er duidelijk met u over ge­sproken is dat een bepaald stand­punt zou worden ingenomen, dan maakt u wei­nig kans.

Bij moeilijke (eenmalige) boekingsposten.Vraag uw adviseur duidelijk of er discutabele stand­punten in uw aangifte zijn verwerkt. Loop zelf kritisch uw inkomensgegevens na en bekijk of het naar uw idee klopt.

Tijdig.Ook het tijdig doen van aangifte is een be­langrijke zaak. Het niet tijdig doen van aangifte kan er namelijk toe leiden dat er een boete wordt op­gelegd, die per keer dat de aangifte te laat is in­ge­diend kan oplopen. Als een aangifte te lang uitblijft, kan de fiscus zelf uw inkomen of de verschul­dig­de loon- of omzetbelasting ambtshalve vaststellen. Dit is dan zeker nooit in het nadeel van de fiscus. Ook hier geldt dat u richting fiscus zelf altijd ver­­antwoordelijk bent voor de tijdige indiening van de aangifte.

Goede afspraken maken! Maak goede afspraken met uw adviseur over wie de aangifte verzorgt. Als u af­spreekt dat de adviseur dat doet, spreek dan ook af dat u tijdig de stukken krijgt toegezonden om deze getekend door te sturen naar de Belas­ting­­dienst. Zo kunt u zelf een vinger aan de pols houden. Leg de af­spra­­ken het liefst op papier vast, zo­dat iedereen weet wie aansprakelijk is ingeval van nalatigheid. Tip.Vraag uw adviseur naar de algemene voorwaarden die op zijn dienstverlening van toepassing zijn. Hieruit blijkt ook vaak in welke gevallen de adviseur aansprakelijkheid uitsluit.

Procedure | Klacht

Indien u meent dat uw accountant of belastingadviseur tekort is geschoten in zijn taken, dan kunt u (los van een eventuele civiele procedure) ook een klacht indienen bij de beroepsorganisatie waarbij hij of zij is aangesloten. Deze kennen een geschillenregeling waar uw klacht behandeld zal worden.

Op tijd aanleveren. Welke afspraken u ook maakt met uw adviseur, vergeet niet dat ook van u een actieve houding verwacht wordt. Indien u bijvoorbeeld afspreekt dat rond de 25evan een maand de aangifte omzetbelasting gereed moet zijn en u levert de daarvoor benodigde gegevens pas op de 24eaan, dan zal uw adviseur zich redelijkerwijs niet aan de gemaakte afspraak kunnen houden. Dan zal een klacht of civiele procedure niet makkelijk worden.

Tijdens de vakantietijd willen er veel jongeren weer een zakcentje bijverdienen. Althans, zolang hun kinderbijslag of de studiefinanciering maar niet in gevaar komt. Het gaat om de kinderbijslag en de studiefinanciering.

Bijverdienen wat is belangrijk voor de student / scholier:

Kinderbijslag behouden.Werknemers van 16 of 17 jaar mogen niet meer dan € 1.296 netto per kwartaal bijverdienen.

Pas op.Gebeurt dat wel, dan vervalt voor dat kwartaal de kinderbijslag. Ook het kindgebonden budget stopt dan. Uitzondering is voor  werknemers jonger dan 16 jaar. Dan maakt het niet uit wat ze bijverdienen.

Extra bijverdienen.In de zomervakantie mogen werknemers van 16 en 17 jaar € 1.330 netto extra bijverdienen (dus € 1.296 + € 1.330) zonder dat dit gevolgen heeft voor de kinderbijslag. De zomervakantie is de periode tussen twee schooljaren in. Uitzondering is voor werknemers die in mei examen hebben gedaan. De  zomervakantie begint dus eerder en ze mogen dus eerder extra bijverdienen.

Vakantiewerk bij dezelfde werkgever.Heeft u een werknemer van 16 of 17 jaar die door het jaar heen bij u werkt en in de zomervakantie nog wat extra werkt bij u, dan wordt het extra werk als vakantiewerk gezien.

Tip. In het geval een 16- of 17-jarige stage loopt bij u en tijdens de vakantietijd extra bij u werkt, dan kan het extra werk ook als vakantiewerk worden aangemerkt als in de stageovereenkomst staat dat het niet verplicht is om tijdens de vakantietijd door te werken.

 

Bron: Rijksoverheid

Welke inkomsten tellen mee?

  • Loon of salaris, inkomsten uit een eigen bedrijf.
  • Werkgeversvergoedingen (bijv. kost en inwoning).
  • Stagevergoedingen.
  • Vergoedingen van de werkgever (bijv. voor reiskosten, kleding of een veiligheidsbril).
  • Teruggave van loonheffing.
  • Een uitkering op grond van de WW of ZW.

Werknemers met studiefinanciering

Bijverdiengrens.Deze bijverdiengrens geldt voor alle studenten in het mbo. Voor studenten in het hbo en wo geldt de bijverdiengrens als deze onder het oude stelsel van studiefinanciering vallen. Dit zijn alle studenten die voor 1 september 2015 begonnen zijn aan hun opleiding. De bijverdiengrens bedraagt in 2019 maximaal € 14.682,96 (verzamelinkomen/belastbaar loon).

Let op. Wie meer bijverdient en zijn studiefinanciering niet heeft stopgezet, moet het bedrag dat hij meer verdiend heeft dan de bijverdiengrens, terugbetalen.

Let op. De bijverdiengrens geldt ook als de student een studentenreisproduct heeft.

Tip. Studenten (hbo en wo) die vanaf 1 september 2015 begonnen zijn aan hun opleiding, mogen onbeperkt bijverdienen zonder dat dit gevolgen heeft voor hun studiefinanciering.

Welke inkomsten tellen niet mee?

  • Uitkeringen via de Participatie- of Toeslagenwet.
  • Uitkeringen in het kader van de Algemene nabestaandenwet (Anw). € 343,32 per maand telt dan niet mee.
  • Voor laatstejaarsstudenten tellen inkomsten uit een eigen bedrijf (ondernemer voor de inkomstenbelasting) niet mee, indien in dat jaar het diploma wordt behaald.
  • Inkomsten in 2019 die ontvangen worden in een periode waarin er geen recht bestond op studiefinanciering of een studentenreisproduct.

Hoeveel kost een rondje?

Uit de jaarlijkse inventarisatie van de prijs voor een rondje op het terras (2 koffie, 2 fris, 2 bier, en 2 rosé). Landelijk steeg de terrasprijs gemiddeld met 2,5% dit jaar naar € 22,64. Dat is gemiddeld €2,83 per drankje.

Bieren

De verkoop van speciaalbieren blijft in de lift zitten. Hierbij zijn met name weizen-, wit- en blond bier populair. Ook radlers en rosé bieren doen het goed op het terras, evenals lokaal gebrouwen bieren. De sterkste groei in het biersegment komt echter vanuit een andere hoek: het alcoholvrijbier. De consumptie hiervan steeg afgelopen jaar met 24,7 procent (bron: Nederlandse Brouwers).

Overige dranken

Aperol Spritz en Gin & Tonic zijn inmiddels gemeengoed geworden op veel Nederlandse terrassen. Overige non-alcoholische dranken die het goed doen zijn zelfgemaakte limonades, ijskoffie’s, ijsthee’s en smoothies. Verder kun je ook FÏNLEY in je assortiment opnemen (onderdeel van Coca-Cola), een verfrissend, alcoholvrij en caloriearm drankje . Te drinken als verfrissend drankje in de middag of als mocktail gedurende de avond. Het alcoholvrije drank voor volwassenen is in zes verrassende en verfijnde smaken verkrijgbaar, namelijk: bloedsinaasappel -pompelmoes, sinaasappel -cranberry, citroen -vlierbloesem en de alom bekende mocktails Mojito , Spritz en Royal.

Bron: www.spronsen.com