Category Archives: Uncategorized

Investering!

Als u een investering gaat doen heeft u daar misschien een financiering voor nodig. Maar hoe bepaalt u nou de hoogte van de financiering (aanvraag)?

Bij  de aankoop van een bedrijf is hier een financieringstabel voor nodig, maar het kan ook zo zijn dat u al een horecabedrijf heeft en plotseling uw espressomachine kapot gaat u en u een nieuwe nodig heeft.

Stel dat u gaat investeren in een nieuwe espresso­machine. U kunt dat dan met een middellange lening financieren. Maar bent u er dan of heeft u misschien meer geld nodig? Als de nieuwe ­espressomachine een capaciteitsuitbreiding be­­treft, heeft u meer werk­kapitaal nodig om de machine te laten draaien. Denk bijvoorbeeld aan meer voorraden, meer servies en hogere kosten voor water, stroom en onderhoud. U heeft dan geld nodig. Wat nu?

Hoe weet ik hoeveel ik moet aanvragen?

Hoeveel geld heeft u nodig? De beste methode om dat te bepalen is het opstellen van een liquiditeitsprognose. Daarin is dan de investering in de nieu­we machine opgenomen, en ook de stijging van de bedrijfskosten, de voorraden en energiekosten. U kunt dan uit de liquiditeitsprognose aflezen of uw huidige rekening-courant(rc)krediet voldoende is. Als dat niet zo is, kunt u het beste meteen met de financiering voor de machine ook een verhoging van de kredietfaciliteit aanvragen. Als u namelijk twee maanden later weer bij de bank aanklopt, zal de bank dat zien als een nieuwe aanvraag en moet u het hele aanvraagproces opnieuw doorlopen.

Wanneer extra ruimte in rc-krediet?

Wanneer komt extra kredietruimte u van pas?

Seizoenspatroon. Denk bijvoorbeeld aan de exploitatie van een strandpaviljoen of terras. De inkomsten komen vooral in de zomermaanden binnen terwijl bepaalde kosten (uw opslagruimte) het hele jaar door moeten worden betaald. Het kan dan handig zijn om het rc-krediet daar op af te stemmen, waardoor het gebrek aan inkomsten in de wintermaanden kan worden opgevangen.

Snelle groei. Als uw horecaonderneming snel groeit, neemt de liquiditeitsbehoefte ook vaak snel toe. U moet immers meer voorraden inkopen om de ­grotere omzet aan te kunnen. Het saldo van uw debiteuren zal ook toenemen als gevolg van de hogere omzet. Tip. Het is dan handiger om een ruimere kredietlimiet aan te vragen zodat u niet steeds een nieuwe aanvraag hoeft in te dienen.

Uitbreidingsinvesteringen. Bedenk dat een uitbreidingsinvestering (bijvoorbeeld een winterterras) ook gevolgen heeft voor de liquiditeitsruimte (extra salaris, meer inkopen en meubilair). Dat moet u eveneens in uw financierings­aanvraag meenemen.

Welke oplossingen zijn er voor u?

Standaard rc-krediet. Met een rc-krediet kunt u schommelingen in uitgaven en inkomsten op­­vangen. Daarmee heeft u dus flexibiliteit in het beheer van uw geldstromen. U betaalt alleen rente over het bedrag dat u werkelijk debet staat. Een koppeling tussen de kredietlimiet en het niveau van uw handelsvorderingen of voorraden is ook mogelijk. Op die manier is de kredietlimiet variabel en altijd op uw behoefte afgestemd.

Omzetkrediet. Bij omzetkrediet is de hoogte van het krediet gerelateerd aan de bedragen die op uw rekening binnenkomen. De limiet kan oplopen tot 10% van de omzet over de rekening, met een bepaald maximum. Tip. Deze vorm van krediet is voordeliger dan ‘rood’ staan en makkelijker te regelen dan een ‘officieel’ krediet.

Seizoenkrediet. Ook seizoenkrediet is een vorm van rekening-courantkrediet. De hoogte van de limiet en de betaling van rente en aflossing worden dan afgestemd op het seizoenspatroon van uw horecaonderneming.

Per e-mail gratis op te vragen de financieringstabel!

 

Veilige crowdfunding?

Gepubliceerd op september 24, 2019 in Uncategorized

Schuldenakkoord of crediteurenakkoord?

Crowdfunding klinkt sympathiek, maar er zit een flinke adder onder het gras zodra een ondernemer in zwaar weer komt. Crowdfundingsplatforms blokkeren namelijk vaak een schuldenakkoord met de investeerders. In plaats daarvan spreken de platforms de ondernemer in privé aan om de schuld aan de investeerders terug te betalen. Met alle gevolgen van dien, zoals beslag op je huis, auto en andere privébezittingen.

Een bedrijf in financiële problemen hoeft niet failliet te gaan. Een schuldenakkoord of crediteurenakkoord kan een oplossing zijn. Bij een schuldenakkoord krijgen de schuldeisers een percentage van hun vordering betaald. Voor de restantvordering wordt finale kwijting verleend. De schuldeisers zijn weliswaar een deel van hun geld kwijt, maar bij een faillissement krijgen ze helemaal niets. Bovendien blijft de klant bestaan, dus ook de handel. Voor de ondernemer is een schuldenakkoord één van de beste opties om uit de misère te komen.

Crowdfunding-platforms zijn niet happig op zo’n schuldenakkoord. In plaats daarvan spreken crowdfunding platforms de ondernemer liever in privé aan om de schuld aan de investeerders terug te betalen. De platforms zijn door schade en schande wijzer geworden. De afgelopen tijd zijn meerdere horecaprojecten die via crowdfunding werden gefinancierd, failliet gegaan.

De boodschap aan de investeerders dat ze het geld op hun buik kunnen schrijven, is voor zo’n platform of website geen lekkere. Daar hebben ze iets op bedacht, en dat is het hoofdelijk aansprakelijk stellen.

Beslag leggen op privé-bezit horecaondernemer

Een ondernemer die geld wil lenen via crowdfunding moet aan bepaalde voorwaarden van het crowdfundingplatform voldoen. Die voorwaarden lopen nogal uiteen. Maar als de aanvraag wordt goedgekeurd en de ‘crowd’ de ondernemer een lening verstrekt, zal van de ondernemer bepaalde zekerheid worden verlangd tot terugbetaling van de lening. Omdat de zekerheden voor financiers in de horeca vaak sterk tegenvallen (zie kader Investeerders halen neus op voor horeca), zal van de horecaondernemer persoonlijke zekerheid worden verlangd. Dat heet een hoofdelijkheidsverklaring of een akte van borgtocht.

Tussen deze hoofdelijkheidsverklaringen zitten veel verschillen, maar het komt in de kern op hetzelfde neer: de horecaondernemer wordt in privé aangesproken om de schuld aan de investeerders terug te betalen. Ook als hij denkt ‘veilig’ vanuit een besloten vennootschap te ondernemen, komt hij privé aan de lat te staan voor de schuld aan de crowd.

Betalingsregeling voor de ondernemer

Hoofdelijke aansprakelijkheid kan vergaande gevolgen hebben. Zoals een beslag op de woning en huisraad, en de verkoop daarvan. Een andere mogelijkheid is dat de ondernemer de schuld aan het platform moet terugbetalen uit de winst van één van zijn andere bedrijven. De ondernemer krijgt dan een brief van het crowdfundingplatform met het verzoek het bedrag van de totale schuld of van de gemaximeerde borgstelling te betalen.

Kun je dat bedrag niet ineens betalen, dan zal het platform met de ondernemer wellicht een betalingsregeling treffen, maar dan moet je wel in staat zijn om zo’n regeling na te komen. Die regeling zal vaak net zo snel moeten worden afgelost als de oorspronkelijke financiering. Zodat de investeerders in de crowd volgens het aanvankelijke aflossingsschema terugbetaald krijgen.

Voldoe je als ondernemer niet aan het betalingsverzoek of de getroffen betalingsregeling, dan kan het crowdfundingplatform beslag leggen op alle privébezittingen en via de deurwaarder je huis, auto, (aandelen in) andere exploitaties of je privéspullen verkopen. Soms moet daarvoor eerst een vonnis worden verkregen bij de rechtbank, maar als de hoofdelijkheid in een notariële pandakte of hypotheekakte is vastgelegd, hoeft dat niet.

Geheimhoudingsplicht crowdfundingsplatforms

Een schuldenakkoord houden crowdfundingplatforms soms tegen. Dit kan een platform doen, omdat de ‘crowd’ anoniem is voor de ondernemer. Normaal stuurt een ondernemer een brief aan de schuldeisers met daarin een uitleg over de ontstane moeilijke situatie en het voorstel om een deel van de vordering af te schrijven tegen gedeeltelijke betaling. In het geval van crowdfunding kan de ondernemer alle financiers niet zomaar bereiken. Simpelweg omdat hij niet weet wie in zijn bedrijf heeft geïnvesteerd. En het platform of de website heeft geheimhouding beloofd aan de investeerders. Praktisch gezien is dat een groot probleem. Ongetwijfeld zijn er partijen in de crowd die kleine bedragen hebben geïnvesteerd omdat ze het horecaconcept mooi vinden of de ondernemer een kans gunnen. Die denken als het fout gaat wellicht ‘jammer van dat geld, laat maar zitten’. Die partijen kan de ondernemer niet bereiken omdat het platform ertussen zit.

Het platform kan er ook voor kiezen om eerst zelf een oordeel te geven over het voorgestelde akkoord, en het voorstel niet te overleggen met de individuele investeerders. Of ze doet dat wel, maar met een negatief advies erbij. Ook dan heeft de ondernemer de communicatie met de investeerders – die juist op dat moment cruciaal is – niet zelf in de hand. De gunfactor die je als enthousiaste horecaondernemer met een mooi concept had toen je de crowd om financiering vroeg, kun je bij het aanbieden van een akkoord niet meer inzetten. Dat is een gemiste kans.

Bovendien is er bij crowdfunding niet sprake van één of een paar investeerders of financiers, maar van misschien wel honderden geldgevers. Om een schuldenakkoord te laten slagen, moeten in beginsel al die geldgevers instemmen met het saneringsvoorstel. Daar zijn uitzonderingen op, maar die moet je afdwingen bij een rechter. Dat is niet eenvoudig en vaak ook duur.

Crowdfunding zonder risico

Aan crowdfunding kleven al met al best wel wat risico’s waar ondernemers nooit over nadenken als ze de financiering regelen. De plannen zijn altijd mooi en het enthousiasme is groot. Aan een slecht scenario denken ze niet. Ons advies is om juist bij het aangaan van de financiering ook aan het slechtste scenario te denken.

  1. Lees de kleine lettertjes van crowdfundingplatforms. Vooral die onder het kopje aansprakelijkheid.
  2. Niet alle crowdfundingplatforms eisen hoofdelijke aansprakelijkheid. Soms wordt een borgtocht gevraagd. Deze kan worden gemaximeerd op een bepaald bedrag. Daarover kun je onderhandelen.
  3. Niet alle crowdfundingplatforms garanderen anonimiteit voor de investeerders. Voor de ondernemer kan het een voordeel zijn om de crowdfunding te regelen via een platform waarbij je wel rechtstreeks met de investeerders kunt communiceren.
  4.  Maak met een crowdfundingplatform dat wel anonimiteit garandeert aan de investeerders, goede afspraken over de communicatie met de investeerders. Bijvoorbeeld over nieuwtjes van je onderneming (opening, nieuwe kaart, start van het terrasseizoen, speciale acties voor de investeerders) maar ook over communicatie voor het geval het slecht gaat.

Waar halen Investeerders hun neus op voor horeca investeringen?

In de horeca verliezen veel investeringen vrijwel direct hun waarde. Dat heeft verschillende oorzaken.

  1. Veel investeringen zijn aanpassingen aan de bedrijfsruimte. Denk aan isolatie, een nieuwe vloer, nieuwe toiletgroepen. Dat komt het pand ten goede. Daar wringt de schoen voor geldschieters. In het huurcontract is de claim van de ondernemer op de verhuurder vanwege verbeteringen aan het pand, standaard ‘weggeschreven’. Aan het einde van de huurovereenkomst is de huurder zijn investeringen kwijt. Ondernemer en verhuurder kunnen daar schriftelijk van
    afwijken, maar vaak gebeurt dat niet. (Maak daarover bij het aangaan van de huurovereenkomst afspraken!). Een ondernemer hoopt natuurlijk dat de investeringen bijdragen aan de omzet en het resultaat. Bij verkoop moet dat leiden tot hogere goodwill. Voor financiers is dat geen veilige zekerheid. Als het slecht gaat, is van goodwill geen sprake.
  2.  Investeringen in de inrichting zoals meubels, kassasystemen en keukenapparatuur zijn investeringen in zogenaamde ‘bodemzaken’. Als het fout gaat, heeft de fiscus hier een eerste recht op. De financier kan een stil pandrecht hebben, maar in geval van belastingschuld en een faillissement heeft hij daar niets aan. De waarde komt toe aan de belastingdienst, en in geval van faillissement aan de curator en het UWV.
  3. De horeca heeft nauwelijks voorraad. Hooguit is er een voorraad wijn of gedistilleerd. Bij een faillissement wordt die vaak teruggehaald door de leverancier met een eigendomsvoorbehoud.
  4. De horeca kent weinig vorderingen op debiteuren vanwege levering op factuur. Voor financiers zijn facturen die nog moeten worden geïnd een zekerheid.
In Nederland mag een verhuurder zelf bepalen hoeveel hij vraagt voor een bedrijfspand. Maar als je het eenmaal gehuurd hebt, mag hij volgens het huurrecht geen grote huurverhogingen meer doorvoeren.

Onderscheid

In de regelgeving rond huurcontracten is er een onderscheid tussen twee verschillende ruimtes: middenstandsbedrijfsruimtes en overige bedrijfsruimtes. Heel kort gezegd is een middenstandsbedrijfsruimte (ook wel ex-290 bedrijfsruimte) een ruimte die voor het publiek toegankelijk moet zijn en waar het product of de dienst direct geleverd wordt.

Huurverhoging bij een middenstandsbedrijfsruimte

Het vaststellen van de huurprijs van een bedrijfsruimte is niet gebonden aan regels. De verhuurder mag elk bedrag vragen dat hij wil. Het is aan de huurder om te bepalen of de ruimte de prijs waard is, en of de huurder deze prijs kan opbrengen.
Het voornaamste kenmerk van middenstandsbedrijfsruimtes is dat het huren van het pand vrijwel altijd opgedeeld is in twee delen van vijf jaar. Na verloop van de eerste periode van vijf jaar is er weer de mogelijkheid om een nieuwe huurprijs overeen te komen tussen de verhuurder en huurder. Beide partijen mogen een verzoek om de huurprijs te herzien indienen, mits de ingangsdatum van de nieuwe huurprijs minstens vijf jaar na de laatste herziening ligt (zeven jaar mag dus ook, bijvoorbeeld). Als de partijen er onderling niet uitkomen, kan men via de kantonrechter naar de bedrijfshuuradviescommissie. Deze stelt de huurprijs vast aan de hand van de huren van vergelijkbare middenstandsbedrijfsruimte.
De jaarlijkse huurverhoging zoals bekend bij het huren van woonruimtes is bij bedrijfsruimtes geen wettelijk recht, maar een contractueel recht. Een zogenaamde ‘periodieke indexering’ is dus alleen toegestaan als dit in de huurovereenkomst is vastgelegd.

Tweede periode van vijf jaar

Beide partijen kunnen op ieder moment van deze tweede periode van vijf jaar naar de Kantonrechter stappen om te vragen naar een huurprijsherziening. Er is hiervoor geen termijn. Dit houdt in dat de herziening ingaat zodra de vordering van de Kantonrechter officieel is.

Na tien jaar

Als na de tweede periode van vijf jaar geen opzegging of beëindiging heeft plaatsgevonden, betekent dit dat de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd door blijft lopen. Opnieuw kan bij de Kantonrechter gevraagd worden voor herziening van de huurprijs.

Uitzondering op twee keer vijf jaar

In principe geniet de huurder van een middenstandsbedrijfsruimte dus een termijnbescherming van twee keer vijf jaar. De wet wil echter niet iedereen verplichten zich aan deze termijnen te binden. Het is daarom ook mogelijk om een huurovereenkomst aan te gaan voor twee jaar of korter. Dit kan van belang zijn voor de ondernemer die zich slechts tijdelijk wil vestigen op een locatie of voor de starter die wil onderzoeken of zijn bedrijf levensvatbaar is, zonder verplichtingen aan te gaan voor de langere termijn. Ook kan deze regelgeving in het belang van de verhuurder werken.
Zodra het gebruik van de ruimte langer duurt dan twee jaar, ook als er is begonnen met een overeenkomst voor twee jaar of korter, gaat de overeenkomst over in een overeenkomst voor vijf jaar. De reeds verstreken twee jaar komen hierop in mindering. Deze verlenging naar vijf jaar is niet geldig als het gebruik van de ruimte langer duurt dan twee jaar door toedoen van de huurder (wanneer de huurder bijvoorbeeld het pand niet op tijd ontruimt).

Kortom

Er is geen wettelijk maximum voor de huurprijs van een bedrijfsruimte. De verhuurder mag bij een nieuwe huurder elk bedrag vragen dat hij wil. Zodra het contract door beide partijen getekend is, kan de prijs alleen aan het eind van de contracttijd herzien worden. Beide partijen kunnen een herziening aanvragen en beide partijen moeten met de herziening instemmen. Het is mogelijk dat in de huurovereenkomst is vastgesteld dat de huurprijs jaarlijks met een bepaald percentage wordt verhoogd (periodieke indexering). Hierbij is het gebruikelijk om deze verhoging te baseren op de cijfers van het CBS.
Een huurverhoging voor een middenstandsbedrijfsruimte kan dus aan het einde van een contractperiode worden doorgevoerd, met wederzijds instemming. Tussentijds kan dit alleen als dit in de huurovereenkomst is opgenomen. Als er in het contract geen afspraken zijn gemaakt over periodieke indexering dan is dit in principe ook niet toegestaan. De precieze bepalingen in het contract zijn hierbij uiteraard van groot belang.

 

 

 

Cafetariamodel!

Werknemers zijn steeds moeilijker te krijgen en aan uw horecabedrijf te binden. Daarom stappen steeds meer werkgevers over op een cafetariamodel, met alle voordelen van dien. Is zo’n systeem ook iets voor uw horecabedrijf?

 Problemen met wisselend personeel. De werkloosheid is laag, de economie bloeit en goed personeel is schaars en duur. Het zogenaamde cafetariamodel is daarom populairder dan ooit. Een vorm daarvan is het bij veel ambtenaren toegepaste individuele keuzebudget. Wat zijn van dergelijke modellen dan de voordelen en is het iets voor uw horecabedrijf?

Werknemer heeft de keuze tussen geld, vrije tijd en …

Aanvullende arbeidsvoorwaarden. Bij de genoemde modelstaat de individuele behoefte van de werknemer centraal. Zijn arbeidsvoorwaardenpakket staat voor een deel vast, maar kan voor een ander deel naar eigen goedvinden worden ingevuld. In de regel gaat het daarbij om de keuze tussen geld, vrije tijd en overige arbeidsvoorwaarden. Het hieraan verbonden prijskaartje staat in beginsel vast, maar de werknemer mag zelf weten hoe hij er invulling aan geeft. Zo beschikken bijvoorbeeld gemeentemedewerkers over een budget van ongeveer 16,3% van de loonsom, dat naar eigen keuze kan worden besteed.

Wat wil uw personeel.  Een voordeel van een cafetariamodel is dat de arbeidsvoorwaarden kunnen worden afgestemd op de individuele behoefte. Zo heeft de ene werknemer behoefte aan meer vrije tijd, terwijl de andere wellicht kiest voor extra loon. Een werknemer met jonge kinderen zal bijvoorbeeld blij zijn met een tegemoetkoming voor kinderopvang, terwijl zijn vrijgezelle collega meer behoefte heeft aan een nieuwe smartphone.

Wettelijke voorschriften. Ook bij een individueel arbeidsvoorwaardenpakket heeft u zich te houden aan de wettelijke voorschriften. Zo mag een pensioen bijvoorbeeld niet bovenmatig zijn en moet u zich houden aan de cao. Ook vervallen niet-opgenomen vakantiedagen in beginsel een half jaar na het jaar waarin het recht op de vakantiedagen is ontstaan.

Belast of niet?

Bij een individueel arbeidsvoorwaardenpakket is het van belang om erbij stil te staan of een beloningsbestanddeel belast is of niet. Dit hoeft namelijk niet voor iedere werknemer gelijk uit te pakken. Zo kunt u een pc belastingvrij vergoeden als deze noodzakelijk is voor het te verrichten werk. Dat zal (overdreven gesteld) voor een boekhouder eerder het geval zijn dan voor een caissière.

Werkkostenregeling. Houd er verder ook rekening mee dat u tot 1,2% van uw loonsom kunt besteden aan belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen. Dit is de zogenaamde vrije ruimte van de werkkostenregeling. Belaste vergoedingen en verstrekkingen blijven zo toch onbelast bij de werknemer. U betaalt belasting in de vorm van een eindheffing van 80%, voor zover u in een jaar meer besteedt dan 1,2% van uw loonsom aan vergoedingen en verstrekkingen. U moet loonbestanddelen die u wilt onderbrengen in de werkkostenregeling aanwijzen in uw administratie.

Regeling invoeren? Wilt u een cafetariamodel invoeren in uw horecabedrijf, dan is overleg nodig met uw werknemers. U kunt immers niet zomaar de voorwaarden van een arbeidsovereenkomst eenzijdig wijzigen. Dit kunt u met uw boekhouder kortsluiten.

Tips:

  • Zorg dat u weet wat er leeft onder uw werknemers voor een CAO  cafetariamodel invoert. Zijn mensen geinteresseerd? Naar welke arbeidsvoorwaarden gaan de voorkeuren uit? Organiseer eens een praatsessie of voorlichtingsmiddag.
  • Een cafetariamodel vereist een goede, overzichtelijke administratie. Zorg dat u alles goed op papier heeft staan om onduidelijkheden en conflicten te voorkomen.
  • Leg de periode vast waarvoor de keuzes gelden. Bepaald bijvoorbeeld dat uw personeel een keer per jaar nieuwe keuzes mag maken over de invulling van het cafetariamodel.
  • Het kan niet de bedoeling zijn dat al het personeel vrije tijd inkoopt, in dezelfde periode vrij neemt en u in een leeg bedrijf achterlaat. Maak goede afspraken over de gang van zaken en leg die schriftelijk vast.

Bron:

Overheid.nl