Archives

Cafetariamodel!

Werknemers zijn steeds moeilijker te krijgen en aan uw horecabedrijf te binden. Daarom stappen steeds meer werkgevers over op een cafetariamodel, met alle voordelen van dien. Is zo’n systeem ook iets voor uw horecabedrijf?

 Problemen met wisselend personeel. De werkloosheid is laag, de economie bloeit en goed personeel is schaars en duur. Het zogenaamde cafetariamodel is daarom populairder dan ooit. Een vorm daarvan is het bij veel ambtenaren toegepaste individuele keuzebudget. Wat zijn van dergelijke modellen dan de voordelen en is het iets voor uw horecabedrijf?

Werknemer heeft de keuze tussen geld, vrije tijd en …

Aanvullende arbeidsvoorwaarden. Bij de genoemde modelstaat de individuele behoefte van de werknemer centraal. Zijn arbeidsvoorwaardenpakket staat voor een deel vast, maar kan voor een ander deel naar eigen goedvinden worden ingevuld. In de regel gaat het daarbij om de keuze tussen geld, vrije tijd en overige arbeidsvoorwaarden. Het hieraan verbonden prijskaartje staat in beginsel vast, maar de werknemer mag zelf weten hoe hij er invulling aan geeft. Zo beschikken bijvoorbeeld gemeentemedewerkers over een budget van ongeveer 16,3% van de loonsom, dat naar eigen keuze kan worden besteed.

Wat wil uw personeel.  Een voordeel van een cafetariamodel is dat de arbeidsvoorwaarden kunnen worden afgestemd op de individuele behoefte. Zo heeft de ene werknemer behoefte aan meer vrije tijd, terwijl de andere wellicht kiest voor extra loon. Een werknemer met jonge kinderen zal bijvoorbeeld blij zijn met een tegemoetkoming voor kinderopvang, terwijl zijn vrijgezelle collega meer behoefte heeft aan een nieuwe smartphone.

Wettelijke voorschriften. Ook bij een individueel arbeidsvoorwaardenpakket heeft u zich te houden aan de wettelijke voorschriften. Zo mag een pensioen bijvoorbeeld niet bovenmatig zijn en moet u zich houden aan de cao. Ook vervallen niet-opgenomen vakantiedagen in beginsel een half jaar na het jaar waarin het recht op de vakantiedagen is ontstaan.

Belast of niet?

Bij een individueel arbeidsvoorwaardenpakket is het van belang om erbij stil te staan of een beloningsbestanddeel belast is of niet. Dit hoeft namelijk niet voor iedere werknemer gelijk uit te pakken. Zo kunt u een pc belastingvrij vergoeden als deze noodzakelijk is voor het te verrichten werk. Dat zal (overdreven gesteld) voor een boekhouder eerder het geval zijn dan voor een caissière.

Werkkostenregeling. Houd er verder ook rekening mee dat u tot 1,2% van uw loonsom kunt besteden aan belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen. Dit is de zogenaamde vrije ruimte van de werkkostenregeling. Belaste vergoedingen en verstrekkingen blijven zo toch onbelast bij de werknemer. U betaalt belasting in de vorm van een eindheffing van 80%, voor zover u in een jaar meer besteedt dan 1,2% van uw loonsom aan vergoedingen en verstrekkingen. U moet loonbestanddelen die u wilt onderbrengen in de werkkostenregeling aanwijzen in uw administratie.

Regeling invoeren? Wilt u een cafetariamodel invoeren in uw horecabedrijf, dan is overleg nodig met uw werknemers. U kunt immers niet zomaar de voorwaarden van een arbeidsovereenkomst eenzijdig wijzigen. Dit kunt u met uw boekhouder kortsluiten.

Tips:

  • Zorg dat u weet wat er leeft onder uw werknemers voor een CAO  cafetariamodel invoert. Zijn mensen geinteresseerd? Naar welke arbeidsvoorwaarden gaan de voorkeuren uit? Organiseer eens een praatsessie of voorlichtingsmiddag.
  • Een cafetariamodel vereist een goede, overzichtelijke administratie. Zorg dat u alles goed op papier heeft staan om onduidelijkheden en conflicten te voorkomen.
  • Leg de periode vast waarvoor de keuzes gelden. Bepaald bijvoorbeeld dat uw personeel een keer per jaar nieuwe keuzes mag maken over de invulling van het cafetariamodel.
  • Het kan niet de bedoeling zijn dat al het personeel vrije tijd inkoopt, in dezelfde periode vrij neemt en u in een leeg bedrijf achterlaat. Maak goede afspraken over de gang van zaken en leg die schriftelijk vast.

Bron:

Overheid.nl

Tijdens de vakantietijd willen er veel jongeren weer een zakcentje bijverdienen. Althans, zolang hun kinderbijslag of de studiefinanciering maar niet in gevaar komt. Het gaat om de kinderbijslag en de studiefinanciering.

Bijverdienen wat is belangrijk voor de student / scholier:

Kinderbijslag behouden.Werknemers van 16 of 17 jaar mogen niet meer dan € 1.296 netto per kwartaal bijverdienen.

Pas op.Gebeurt dat wel, dan vervalt voor dat kwartaal de kinderbijslag. Ook het kindgebonden budget stopt dan. Uitzondering is voor  werknemers jonger dan 16 jaar. Dan maakt het niet uit wat ze bijverdienen.

Extra bijverdienen.In de zomervakantie mogen werknemers van 16 en 17 jaar € 1.330 netto extra bijverdienen (dus € 1.296 + € 1.330) zonder dat dit gevolgen heeft voor de kinderbijslag. De zomervakantie is de periode tussen twee schooljaren in. Uitzondering is voor werknemers die in mei examen hebben gedaan. De  zomervakantie begint dus eerder en ze mogen dus eerder extra bijverdienen.

Vakantiewerk bij dezelfde werkgever.Heeft u een werknemer van 16 of 17 jaar die door het jaar heen bij u werkt en in de zomervakantie nog wat extra werkt bij u, dan wordt het extra werk als vakantiewerk gezien.

Tip. In het geval een 16- of 17-jarige stage loopt bij u en tijdens de vakantietijd extra bij u werkt, dan kan het extra werk ook als vakantiewerk worden aangemerkt als in de stageovereenkomst staat dat het niet verplicht is om tijdens de vakantietijd door te werken.

 

Bron: Rijksoverheid

Welke inkomsten tellen mee?

  • Loon of salaris, inkomsten uit een eigen bedrijf.
  • Werkgeversvergoedingen (bijv. kost en inwoning).
  • Stagevergoedingen.
  • Vergoedingen van de werkgever (bijv. voor reiskosten, kleding of een veiligheidsbril).
  • Teruggave van loonheffing.
  • Een uitkering op grond van de WW of ZW.

Werknemers met studiefinanciering

Bijverdiengrens.Deze bijverdiengrens geldt voor alle studenten in het mbo. Voor studenten in het hbo en wo geldt de bijverdiengrens als deze onder het oude stelsel van studiefinanciering vallen. Dit zijn alle studenten die voor 1 september 2015 begonnen zijn aan hun opleiding. De bijverdiengrens bedraagt in 2019 maximaal € 14.682,96 (verzamelinkomen/belastbaar loon).

Let op. Wie meer bijverdient en zijn studiefinanciering niet heeft stopgezet, moet het bedrag dat hij meer verdiend heeft dan de bijverdiengrens, terugbetalen.

Let op. De bijverdiengrens geldt ook als de student een studentenreisproduct heeft.

Tip. Studenten (hbo en wo) die vanaf 1 september 2015 begonnen zijn aan hun opleiding, mogen onbeperkt bijverdienen zonder dat dit gevolgen heeft voor hun studiefinanciering.

Welke inkomsten tellen niet mee?

  • Uitkeringen via de Participatie- of Toeslagenwet.
  • Uitkeringen in het kader van de Algemene nabestaandenwet (Anw). € 343,32 per maand telt dan niet mee.
  • Voor laatstejaarsstudenten tellen inkomsten uit een eigen bedrijf (ondernemer voor de inkomstenbelasting) niet mee, indien in dat jaar het diploma wordt behaald.
  • Inkomsten in 2019 die ontvangen worden in een periode waarin er geen recht bestond op studiefinanciering of een studentenreisproduct.

MENUKAARTPRIJS EN DE BTW VERHOGING!

Er blijken nog steeds horecaondernemers te zijn die twijfelen over het (deels) doorberekenen van de btw-verhoging van het lage tarief van 6 naar 9% vanaf januari dit jaar.

Belang.

Cijfermatig lijkt het belang klein. Want op een kop koffie van € 2,50 (prijs 2018 incl. 6% btw) betekent doorberekenen naar een prijs incl. 9% btw een kaartprijs van (afgerond) € 2,57, in de praktijk dan veelal afgerond op € 2,60 (of € 2,55). Bij 50.000 kopjes koffie per jaar spreek je dan toch al gauw over € 3.500 extra als het doorberekend wordt. Neemt u de overige omzetgroepen (van het lage tarief) daarbij in aanmerking, dan wordt het belang ineens toch best groot.

Kosten gestegen?

U dient natuurlijk ook de kostenkant te checken of de prijzen niet zijn gestegen. Als uw koffieleverancier zijn prijzen (i.v.m. de btw-verhoging) verhoogt en daarbij de zaken naar boven afrondt en er misschien ook nog een indexatie plaatsvindt op de koffiebonen, dan zult u ondanks uw btw-opslag van € 0,07 per kop koffie minder winst realiseren.

Kijk dus ook naar die kosten en effecten.

Kijk bij uw afweging om de btw-verhoging van 3% al dan niet door te berekenen ook naar de kostenkant. Stijgen die inkoopkosten namelijk ook, dan is een algehele prijsaanpassing wellicht wel raadzaam.

Indeplaatsstelling van het huurcontract

U wenst uw onderneming te verkopen aan een gegadigde die daar een fors bedrag voor wilt betalen, bijvoorbeeld omdat u binnenkort de pensioensgerechtigde leeftijd bereikt. Uiteraard staat het u vrij uw onderneming te verkopen. Als u echter de ruimte van de exploitatie huurt en niet in eigendom heeft,  heeft u echter wel de medewerking van de verhuurder nodig. Deze wordt immers geconfronteerd met een hele nieuwe huurder.
Als de verhuurder niet meewerkt, bestaat er voor de huurder de mogelijkheid via de rechter een zogenaamde ‘indeplaatsstelling’ af te dwingen.

Wil de rechter toestemming voor de indeplaatsstelling geven, dan moet er sprake zijn van het navolgende:

  • er moet sprake zijn van een overdracht van het in het gehuurde uitgeoefende bedrijf;
  • de huurder moet een zwaarwichtig belang hebben bij de indeplaatsstelling;
  • nieuwe huurder moet voldoende waarborgen bieden voor volledige nakoming van de huurovereenkomst en voor een behoorlijke bedrijfsvoering.

 

Bedrijfsoverdracht
Wil er sprake zijn van “bedrijfsoverdracht” dan is daarvoor een daadwerkelijke eigendomsoverdracht noodzakelijk. Het verpachten of verhuren van een bedrijf aan een derde is derhalve niet aan te merken als een bedrijfsoverdracht.
Ook het overdragen van aandelen wordt in het geval van een indeplaatsstelling niet als bedrijfsoverdracht aangemerkt.
Bij overdracht van een bedrijf gaat het er dus om dat er bijvoorbeeld goodwill, klantenbestand, inventaris en/of handelsnaam wordt overgedragen. Let op!: indien de overgedragen onderneming verlies draait, geen goodwill heeft en de indeplaatsstelling alleen wordt aangewend om de koper van de onderneming de huurrechten te verschaffen, dan wordt dit niet aangemerkt als bedrijfsoverdracht.
Ook als de exploitatie van uw onderneming een aflopende zaak is en de overdracht slechts de aanwezige boedel betreft, kan er niet vaak worden gesproken van overdracht van een bedrijf.
Het moet dus gaan om overdracht “in het gehuurde uitgeoefende bedrijf”. Als er bijvoorbeeld een kaaswinkel in het gehuurde is gevestigd en de huurder wil zijn onderneming verkopen aan een kapper, dan is er in principe geen sprake van de overdracht van de in het gehuurde geëxploiteerde onderneming.
Om te bepalen of er sprake is van een bedrijfsoverdracht, speelt de contractuele bestemming van het gehuurde die is opgenomen in de huurovereenkomst een grote rol.
Indien in de huurovereenkomst bijvoorbeeld staat dat de bestemming ‘restaurant’ is, dan zou de overdracht aan een cafe niet mogelijk zijn.

Het Hof in Den Bosch heeft in 1995 bepaald dat er wel enige vrijheid bestaat voor de nieuwe koper c.q. opvolgend huurder om de exploitatie aan te passen aan een gewijzigde verkoopformule, dan wel een ander assortiment te hanteren. Van belang in deze kwestie was wel dat de omschrijving in de huurovereenkomst vrij ruim was omschreven, namelijk “levensmiddelensupermarkt”.  Een Albert Heijn hanteert een andere verkoopformule en assortiment dan bijvoorbeeld de Lidl, maar is nog steeds een levensmiddelensupermarkt.
Tip: let er dus bij het opstellen van de huurovereenkomst al op wat de omschrijving van de bestemming wordt. Hoe ruimer deze is omschreven, hoe beter dit voor de huurder is.  Andersom geldt: hoe explicieter omschreven, des te meer mogelijkheden voor de verhuurder bestaan om de indeplaatsstelling te weigeren.

Zwaarwichtig belang voor huurder bij bedrijfsoverdracht:
Er is bijvoorbeeld sprake van een zwaarwichtig belang als een bepaalde koper bereid is een hoge koopprijs te betalen die de zittende huurder anders niet meer zal ontvangen. Tevens kan het bereiken van een pensioensgerechtigde leeftijd van de zittende huurder een rol spelen. In het algemeen is te zeggen dat een financieel belang van betekenis is.
Ook ziekte van de zittende huurder kan een zwaarwichtige omstandigheid zijn.

Het bieden van voldoende waarborgen
Zoals gesteld is deze eis voor indeplaatsstelling tweeledig:

  •  Niet alleen dient er een waarborg te worden gegeven voor een behoorlijke nakoming van de huurovereenkomst door de nieuwe huurder;
  •  voorts dient de nieuwe huurder waarborg te bieden voor een behoorlijke bedrijfsvoering.


Waarborg voor nakoming huurovereenkomst

Hieronder wordt veelal de financiële gegoedheid van de opvolgend huurder verstaan. Tip: stel voldoende zekerheid. Bijvoorbeeld 3 maanden door de zittende huurder en 3 maanden door de nieuwe huurder. Een enkele borgstelling is vaak onvoldoende.

Waarborg voor behoorlijke bedrijfsvoering:
Hierbij is bijvoorbeeld de ervaring van de nieuwe huurder van belang. In het geval het een horecaondernemer, zou bijvoorbeeld de CV van de nieuwe huurder kunnen worden toegezonden, waaruit blijkt dat hij voldoende horeca-ervaring heeft, in die zin dat opvolgend huurder niet alleen ober is geweest.
Voorts kunnen in de horeca bijvoorbeeld diploma’s in het kader van Sociale Hygiëne een rol spelen.

De onderhandelingen tot verkoop van de onderneming worden vaak al gevoerd, wanneer dan pas de partijen zich realiseren dat de verhuurder ook nog moet instemmen met de indeplaatsstelling.
Het is niet raadzaam uw verzoek tot het indeplaatsstelling bij de rechter in te dienen op het moment dat de nieuwe huurder al exploiteert en u al bent vertrokken.

Dit levert namelijk een ernstige wanprestatie van de huurovereenkomst op, als gevolg waarvan de verhuurder ontbinding van de huurovereenkomst kan vorderen.

Beter is het verhuurder al in een vroegtijdig stadium van de onderhandelingen erbij te betrekken.

vrijblijvende inlichtingen voor een indeplaatstselling of begeleiding van dit traject, kunt u contact met ons opnemen.

kantoor@makelaarinhoreca.nl

HUUR HORECAPAND

Huurprijsaanpassing, hoe gaat dat in zijn werk?

Als u een huurcontract aangaat, is de huurprijs natuurlijk een belangrijk punt. Maar kunt u nog iets als u na een tijdje vindt dat de huur te hoog is? En mag de verhuurder de huur zomaar verhogen als hij vindt dat die te laag is?

Huurprijs bij de start. Bij het aangaan van de huurovereenkomst onderhandelt u natuurlijk met de verhuurder over de hoogte van de huur. Als u dan later van collega’s hoort dat zij voor een vergelijkbaar pand véél minder betalen, heeft u pech. Zit u er dan voor altijd aan vast of kunt u nog iets? Tip. Raadpleeg de plaatselijke horecamakelaar als u voor het eerst gaat huren. Hij kan u vertellen of de huurprijs reeël is.

Huurprijs tijdens de looptijd

Verboden te verhogen. Tijdens de looptijd van het huurcontract (normaal gesproken dus vijf jaar) kan de huurprijs – behalve met de gebruikelijke indexering – niet worden aangepast. Als u de huurprijs te hoog vindt, zult u een zogenaamde ‘huurprijstoetsingsprocedure’ moeten volgen. Hetzelfde geldt voor de verhuurder als hij de huur te laag vindt. Tip. U hoeft niet akkoord te gaan met een huurverhoging hoger dan de indexeringen.

De huurprijstoetsingsprocedure?

Hoe werkt dat? Voordat u (of de verhuurder) een huurprijstoetsingsprocedure kunt starten, zal er een deskundigenadvies moeten zijn. In zo’n advies geeft een deskundige een oordeel of de huurprijs verhoogd of verlaagd moet worden. De bedoeling is gewoon dat huurder en verhuurder het onderling eens worden over de nieuwe huurprijs.

Markthuurwaarde. In een huurprijstoetsingsprocedure wordt niet gekeken naar de actuele markthuurwaarde van omliggende panden.

Toetsing. In zo’n toetsingsprocedure wordt de huurprijs van het pand vergeleken met huurprijzen van vergelijkbare ruimtes ter plaatse zoals die de afgelopen vijf jaar zijn geweest. Het is dus geen momentopname! Tip. Informeer altijd bij een deskundige naar de gemiddelde huur over de afelopen jaren.

Wanneer kan er getoetst worden?

Tijdens de looptijd kan de huurprijs op de volgende momenten worden aangepast:

  • na afloop van de overeengekomen duur. Als de looptijd 25 jaar is, zullen u en de verhuurder die periode moeten afwachten. Meestal duurt een contract echter vijf jaar (met een optie van vijf nieuwe jaren);
  • in alle andere gevallen is huurprijstoetsing mogelijk vijf jaar nadat partijen een nieuwe huurprijs hebben afgesproken of vijf jaar nadat de kantonrechter een nieuwe huurprijs vaststelde.

Tip. Probeer een lange looptijd af te spreken als u een hele lage huurprijs heeft afgesproken. De verhuurder kan in die periode dan de huur niet aanpassen. Nadeel is dat u tijdens de looptijd ook niet kunt opzeggen als het tegenvalt.

Is de brouwer daar goed mee?

Onderhuur van de brouwerij komt veel voor. U bent dan onderhuurder en de brouwer is hoofdhuurder. Hoe zit het als de brouwer een huurprijstoetsingsprocedure start tegen de échte eigenaar van het pand en de huurprijs wordt verlaagd?

Niet vanzelf. Helaas profiteert u daar niet automatisch van. U huurt immers van de brouwer! Als u ook een lagere huurprijs wilt, zult u op uw beurt de huurprijstoetsingsprocedure moeten volgen.

Tip. Neem in de onderhuurovereenkomst op dat de huurprijs wordt aangepast als de huur voor de hoofdhuurder wordt aangepast.

Het verlagen of verhogen van de huurprijs kan niet zomaar, behalve dan met de gebruikelijke indexering. Aanpassen kan alleen als het contract afloopt én als vergelijkbare panden de laatste vijf jaar goedkoper waren. Probeer een lange looptijd af te spreken als u een hele lage huurprijs heeft afgesproken